03. Januari 2009, 22:14
Slechts 10 jaar geleden werd voor het eerst opgemerkt dat de uitdijing van ons heelal versnelt i.p.v. vertraagt. Deze versnelling zou aangedreven worden door een "donkere energie", maar eigenlijk is dit gewoon een naam die we gebruiken om iets te benoemen dat we niet begrijpen. De vraag waaruit deze donkere energie dan wel bestaat is de meest recente fundamentele en onbeantwoorde vraag uit de kosmologie en wellicht ook de meest mysterieuze.
De ontdekking van de versnelde uitdijing van het heelal dateert van 1998. Twee onafhankelijke teams van wetenschappers probeerden toen te achterhalen hoe snel de uitdijing van het heelal vertraagde. Om dit te doen gebruikten ze een speciaal soort supernova's. Dat zijn sterren die aan het eind van hun evolutiecyclus exploderen en daardoor een karakteristieke lichtflits uitsturen. De maximale lichtkracht van type 1a-supernova's is min of meer constant en dat maakt ze uitermate geschikt om een afstandsmeting uit te voeren. Dit doe je door de schijnbare en absolute lichtkracht te vergelijken: verder gelegen object lijken immers zwakker dan dichtbij gelegen objecten. Daarnaast kun je natuurlijk zoals gebruikelijk de snelheid waarmee de supernova's van ons weg bewegen en het uitrekken van de tussenliggende ruimte afleiden uit de roodverschuiving van de spectraallijnen.
Röntgenfoto van SN 1572 of Tycho's supernova van type 1a
Uit deze studies kwam een opmerkelijk besluit. Veraf gelegen supernova's bewegen minder snel van ons weg dan verwacht. Natuurlijk bewegen ze nog altijd sneller weg dan dichtbij gelegen supernova's, maar toch minder snel dan je zou verwachten indien de uitdijing van het heelal vertraagt.
De snelheid waarmee objecten van ons weg bewegen staat in verband met hun afstand: dat is de wet van Hubble. Hoe dat verband precies loopt, hangt af van de evolutie van uitdijing van het heelal doorheen de tijd. Door naar veraf gelegen objecten te kijken, kijk je immers ook terug in de tijd. Indien de uitdijing vertraagt, verliep ze vroeger dus sneller en zouden we de ver verwijderde supernova's relatief snel van ons weg moeten zien bewegen. Maar dat is dus niet het geval. Meer nog, uit de waarnemingen van type 1a-supernova's kun je ondubbelzinnig afleiden dat de uitdijing van het heelal versnelt.
Voor de ontdekking van donkere energie was de toekomst van het heelal voorspellen nog relatief gemakkelijk. Alles hing ervan af hoeveel massa het heelal bevat. Het idee was dat het heelal uitdijt als gevolg van de Big Bang. Die uitdijing wordt afgeremd door de gravitatiekracht. Of de uitdijing al dan niet tot stilstand zou komen, hangt af van de hoeveelheid massa. Als die gelijk is aan de zgn. "kritische massa", dan komt de uitdijing, na een oneindige tijd, uiteindelijk tot stilstand. Als de massa te klein is, dan blijft de uitdijing altijd duren. Als de massa groter is, dan zou het heelal zelfs terug in elkaar kunnen storten tot een soort van "Big Crunch".
Zonder donkere energie is er ook een eenvoudig verband tussen de geometrie van het heelal en de massadichtheid. Een heelal met de kritische massadichtheid heeft ook een vlakke ruimtelijke geometrie. Indien de massadichtheid kleiner is dan de kritische dichtheid dan is de kromming van het heelal negatief (zoals bij een zadeloppervlak). Indien de massadichtheid groter is dan de kritische dichtheid, dan is de kromming positief (zoals bij een bol).
Dit plaatje wordt echter danig verstoord door de ontdekking van donkere energie. Aangezien die energie op een of andere manier de uitdijing van het heelal ondersteunt, kan het heelal met een massa gelijk aan of groter dan de kritische massa toch eeuwig blijven uitdijen. Ook de geometrie van het heelal heeft geen eenduidig verband meer met de massadichtheid. Een vlak heelal (en waarnemingen lijken er op te duiden dat ons heelal inderdaad vlak is) kan dus toch eeuwig blijven uitdijen. Uiteindelijk zullen sterrenstelsels zo ver van elkaar verwijderd zijn dat ze buiten elkaars waarnemingshorizon vallen.
Evolutie van de schaal van het heelal als functie van de tijd.
Zonder donkere energie hing het lot van het heelal af van de
massadichtheid Ω (in eenheden van de kritische massadichtheid). Indien
er geen massa aanwezig is (Ω=0) wordt de uitdijing niet afgeremd
en krijg je de volle rechte lijn. Met een massadichtheid kleiner dan
de kritische massadichtheid (0<Ω<1) wordt de uitdijing
afgeremd, maar blijft ze wel oneindig lang doorgaan. Bij een
massadichtheid groter dan de kritische massadichtheid (Ω>1)
slaat de uitdijing op een bepaald moment om in een inkrimping. Met de
invoering van donkere energie verandert dit schema echter volledig. Zelfs met
een kritische massadichtheid is het mogelijk dat het heelal steeds
sneller gaat uitdijen (lange-strepenlijn).
Welke verklaringen bestaan er voor donkere energie? Eigenlijk bitter weinig. Met dat verschil dat Einstein al de mogelijkheid van een soort van "donkere energie" had voorzien in zijn algemene relativiteitstheorie. Toen hij die ontwikkelde was er immers nog geen sprake van de Big Bang-theorie en geloofde men in een statisch heelal. Om de gravitationele ineenstorting van dat statische heelal te voorkomen, had Einstein de kosmologische constante ingevoerd, wat eigenlijk neerkomt om een soort van donkere energie. Die kosmologische constante is echter nogal ad hoc en, nadat de Big Bang-theorie algemeen aanvaard werd, noemde Einstein het zijn grootste blunder.
Vandaag denken we dus terug aan de kosmologische constante en we hebben er zelfs een microscopische verklaring voor. Kwantumfluctuaties van het vacuüm kunnen voor een afstotend effect zorgen en dus een donkere energie leveren. Het probleem is echter dat, als je dit consequent doorrekent, je een kosmologische constante uitkomt die een factor 10120 keer te groot is! Qua foute voorspelling kan dat tellen...
De kosmologische constante is per definitie dezelfde overal in het heelal, terwijl andere vormen van donkere energie zouden kunnen veranderen in ruimte en tijd. Dan spreekt men over "quintessence" (van quinta essentia, het vijfde klassieke element van de oude Grieken), een soort van ether die de ganse ruimte zou vullen. Deze vorm van donkere energie zou geassocieerd zijn met een nieuw elementair deeltje (een soort van Higgs-boson zou een kandidaat kunnen zijn). Een extreme vorm van quintessence is de fantoom-energie die toeneemt naarmate de tijd verstrijkt. Uiteindelijk zou deze vorm van donkere energie zo sterk worden dat alle gravitationeel gebonden systemen uit elkaar vallen, zelfs ons eigen zonnestelsel. Dit noemt men dan de "Big Rip". Maar, geen paniek: volgens de wetenschappers die deze mogelijkheid voorstellen, zal het nog zo'n 50 miljard jaar duren eer het zover is.
Het besluit van dit alles is alvast dat ons heelal dus veel meer massa/energie bevat dan wat we rechtstreeks waarnemen. Naast de zichtbare materie bestaat er donkere matere en ook nog eens donkere energie.
Het heelal bestaat voor slechts 0.4% uit sterren en planeten en voor 3.6% uit interstellair gas. Over de rest - 22% donkere materie en 74% donkere energie - weten we eigenlijk nog zo goed als niets.
Wat we de laatste tien jaar dus vooral hebben bijgeleerd is dat onze kennis van het heelal zich eigenlijk beperkt tot een schamele 4% van alles wat het heelal bevat.
Geschreven in
Algemeen
Vaste link
Reacties :
(2)
Geef uw reactie!